Backup
Backup Status
Een dashboard overzicht van de backup voortgang op de diverse aangesloten PC’s. De status geeft weer in hoeverre de backup is uitgevoerd en daarnaast de resterende tijd die nog moet worden voldaan: per lopende backup, offsite server status en de status per machine.
Schedule Volumes
Plant de backup van volumes voor de geselecteerde computer-ID's.
Pre/Post Procedures
Gebruik deze pagina om services uit te stellen die bestanden zouden kunnen vergrendelen en het voltooien van de volumebackup zouden kunnen verhinderen. Het is eveneens mogelijk dat u een systeemservice wil forceren, zoals Exchange of een database en al de gegevens wenst te schrijven voordat de backup van het systeem wordt uitgevoerd. Meestal kan dit worden uitgevoerd zonder de service in kwestie tijdens de backup uit te schakelen. Alle kritieke services kunnen te allen tijde operationeel worden gehouden. Bijvoorbeeld: om een backup te maken van een Exchange-server heeft u een momentopname van de database nodig voordat de backup kan starten. Er zal snel een procedure worden uitgevoerd en voordat de backup wordt uitgevoerd, zal Exchange worden tegengehouden om een momentopname van de database te nemen.
Backup Sets
Geeft een lijst weer van de huidige backupsets die u hebt opgeslagen, voor zowel volumes als voor mappen.
Backup Logs
Geeft een lijst weer met alle backup's die u hebt uitgevoerd, voor zowel volumes als mappen, tot het aantal gespecificeerde dagen. Als u op een computer-ID klikt zal er een logboek worden weergegeven die de datum, type, duur en beschrijving van elke uitgevoerde backup bevat.
HERSTEL
Explore Volumes
Explore Volumes sluit een volumebackup aan als een nieuw alleen-lezen stationsletter. Dit kan op dezelfde computer of op een andere computer worden gedaan. Men kan met Windows Explorer in het backupvolume bladeren, net zoals bij elk ander station. Afzonderlijke bestanden of mappen kunnen vanaf het backupvolume naar elke andere map op uw locale computer worden gekopieerd. Men kan in de aangesloten volumebackup's blijven bladeren, totdat de computer opnieuw wordt opgestart of het station losgekoppeld wordt door op de knop Unplug All te klikken.
Explore Folders
Explore Folders herstelt de backup's van mappen naar een gespecificeerde directory op de doelcomputer, met behoud van dezelfde structuur als in de backup. In tegenstelling tot Explore Volumes, kan deze de gegevens niet als een nieuwe stationsletter gebruiken. Wis handmatig herstelde backupmappen om deze te verwijderen.
Verify Images
Voert éénmalige verificatie van elk geselecteerd volume of backup van een map uit. Gebruik deze functie om te controleren of de backup's voltooid zijn en kunnen worden gebruikt om te herstellen. Verificatie omvat niet het vergelijken van de backupbestanden met de originele bronbestanden, elke andere PC met een agent kan dus worden gebruikt om de verificatie van het backupbestand uit te voeren (op voorwaarde dat de computer lees/toegang heeft tot de imagelocatie).
Image to VM
Converteer een bestaand backupbestand naar één van de drie formaten voor virtuele computerbestanden: Virtual PC, VMware en ESX. Dit stelt u in staat om een backup te installeren op een virtuele computeromgeving.
Auto Recovery
Herstelt elke volumebackup-image naar dezelfde computer waarop deze wordt aangemaakt.
CD Recovery
CD Recovery herstelt volumebackup-images naar dezelfde computer of hetzelfde type computer waarop de backup wordt aangemaakt. CD Recovery vereist dat de doelcomputer vanaf één CD wordt opgestart. Gebruik CD Recovery om backup-images te herstellen als de agent van de doelcomputer niet communiceert met de KServer. De doelcomputer moet fysiek op een netwerk, dat toegang verleent tot de KServer, worden aangesloten. Zodra de doelcomputer vanaf de CD opstart, is er geen interactie met de gebruiker meer vereist. De netwerkkaart wordt automatisch geconfigureerd. De KServer download automatisch de backupimage en herstelt deze op de doelcomputer.
Universal Restore
Stelt u in staat om het backup-image van een systeem te herstellen. Het herstellen kan gebeuren op een ander hardwareplatform of op een virtuele computer. Universal Restore vereist dat iemand vanaf de CD de computer opstart en de herstelwizard doorloopt om de backup-image te herstellen.
Offsite Replicatie
Offsite Servers
Offsite Servers zet veilig backup-images over van een LAN naar een locatie op afstand. Offsite replicatie zet alle wijzigingen aan bestanden en sub-directories in de directory Local Server over naar een gespecificeerde offsite server directory.
Local Servers
Local Servers bepaalt de ID en de directory van de computer op het LAN die worden gebruikt om alle nieuwe bestanden naar een Offsite Server over te zetten. Offsite replicatie zet alle wijzigingen aan bestanden en sub-directories in de directory Local Server over naar een gespecificeerde offsite server directory. Bestandsoverdrachten kunnen worden gepland dat ze automatisch worden uitgevoerd.
Offsite Alerts
Offsite Alerts maakt een waarschuwing aan wanneer de gespecificeerde lokale server geen verbinding met zijn offsite server kan maken. Alarmen worden alleen aangemaakt gedurende de tijden die door de Schedule Transfer voor elke locale server werden toegelaten. Als dit eenmaal is bepaald dan kan deze waarschuwing onmiddellijk op elke computer-ID worden toegepast.
Schedule Transfer
Specificeert het tijdstip waarop elke lokale server bestanden naar de offsite-server stuurt, op basis van de tijdzone die door de KServer wordt gebruikt. U kunt voor elke dag van de week een andere begin- en eindtijd instellen.
Configureren
Install/Remove
Installeert of verwijdert de Kaseya Backup -software op de geselecteerde computer-ID's. Elke Backup -installatie op een beheerde computer gebruikt een Backup-licentie. Het aantal beschikbare licenties hang af van het totale aantal licenties dat wordt aangekocht en aan welke groep-ID deze worden toegewezen, door gebruik van System License Manager. Backup licenties worden afzonderlijk voor werkstations en servers aangekocht en toegewezen.
Image Location
Image Location specificeert de map op een lokaal netwerk of lokaal station waar de volumebackups en backup's van mappen worden opgeslagen. Meestal is dit een pad naar een LAN-gebaseerde bestandsserver zoals \\LAN_Server\Backups\. Het kan even eenvoudig zijn als een extra fysiek station op de computer, zoals een USB-station of een gedeeld netwerkstation. Data schrijven naar een Tape-station wordt ondersteund. Het Tape-station moet door het Windows-besturingssysteem als een verwijderbaar opslagapparaat worden herkend.
Image Password
Hiermee kunt u een wachtwoord instellen om toegang te krijgen tot backupbestanden. De .tib -bestanden (mapbackup en volumebackup) worden voor elke computer-ID met een wachtwoord beveiligd. Dit wachtwoord blijft onveranderd voor elke computer-ID. U mag dit wachtwoord wijzigen en hetzelfde wachtwoord voor verschillende computers gebruiken.
Backup Alert
Veroorzaakt een waarschuwing voor backup-events op beheerde computers.
Compression
Specificeert de mate van compressie voor de backup. Een hogere compressie zal ervoor zorgen dat het maken van een backup langer duurt. Een lagere compressie zal ervoor zorgen dat de bestandsgrootte van het backupbestand groter is. De instelling van de compressie zal zowel de map- als volumebackup beïnvloeden.
Max File Size
Deze instelling is enkel van toepassing op volumebackup's. Wanneer een volumebackup wordt uitgevoerd, dan zullen de imagebestanden van het volume worden aangemaakt. De bestandsgrootte die in deze optie wordt gespecificeerd, is de maximale grootte van elk image-bestand. Hoe kleiner de maximale bestandsgrootte hoe meer bestanden er kunnen worden aangemaakt om een volumebackup te voltooien.
Max Log Age
Specificeert het aantal dagen dat loggegevens van backup's worden bijgehouden. Registraties die ouder zijn dan het maximum worden automatisch gewist. Iedere keer als er een backup wordt gemaakt, wordt er voor elke computer een logboek aangemaakt. Het logboek bevat de datum, type, tijdsduur, resultaat en beschrijving van de backup die werd uitgevoerd.
Secure Zone
Secure Zone installeert een 56 MByte verborgen boot-partitie op beheerde computers. Er worden door Auto Recovery beveiligde zones gebruikt om zonder interactie van de gebruiker de beheerde computer op te starten en om backupvolume-images te herstellen.